Het begon allemaal met een biertje op een strand in Thailand.
Dat is het eerlijke antwoord op de vraag hoe Ulrik Pihl hier is beland. Hoe één gesprek tijdens een vakantie uitgroeide tot iets wat vandaag bijna elke dag van zijn leven bepaalt, en dat waarschijnlijk nog jarenlang zal blijven doen.
Schoenenmerk MOVV, waarvan Runners’ lab mee aan de basis ligt, ging met de onvermoeibare Deen in gesprek. Een verhaal over doelen stellen, een portie koppigheid, lopen in de regen en de redenen waarom een man die meer finishlijnen heeft gekruist dan bijna wie ook ter wereld zichzelf nog steeds geen geweldige loper noemt.
Neem ons mee naar het begin. Hoe ga je van 0 naar 1.400 marathons?
“Mijn marathonverhaal begon in 2006, toen ik op zomervakantie was in Thailand. Op een avond zaten we op het strand met een biertje. Ik raakte aan de praat met een andere Deen en we hadden het erover hoe we indruk op elkaar konden maken. We begonnen over het lopen van een marathon en ontdekten dat er een paar maanden later een marathon georganiseerd werd in Denemarken, vlak bij de plek waar ik woonde. Dus schreven we ons allebei in … Zo begon het allemaal: op een strand in Thailand, in 2006.”
Hoe verliep die eerste marathon?
“Mijn eerste marathon was een complete ramp. Ik was totaal niet goed voorbereid, had niet genoeg lange afstanden gelopen, … Na 10 kilometer was ik al moe en vanaf dat moment was het een gevecht tot aan de finish. Ik haalde de eindstreep, maar het was absoluut geen fijne ervaring.”
Toch wou je een tweede marathon lopen.
“Ik moet toegeven dat ik behoorlijk koppig ben. Eigenlijk wist ik al van jongs af aan dat ik aanleg had voor het lopen. Alleen was ik niet altijd goed voorbereid. Daarom schreef ik me kort na die eerste marathonervaring in voor de Marathon van Berlijn van het jaar erop. Ik zei tegen mezelf: ‘Voor Berlijn in 2007 moet je écht goed voorbereid zijn.’ Dus begon ik veel meer te trainen. De reis naar Berlijn was geweldig. De marathon ging goed. En daarna dacht ik: ‘Oké, ik word marathonloper.’ Je kunt dus zeggen dat het een moeizame start was. Maar na mijn tweede marathon wist ik het zeker: ik wilde een loper worden. Marathonloper.”
Hoe werden die aantallen uiteindelijk zó groot?
“In Denemarken zijn er veel lokale organisatoren die overal in het land marathons organiseren. Dat begon rond 2010. Je hebt minimaal drie deelnemers nodig. Je zet het evenement op Facebook of een website, mensen schrijven zich in en je loopt de marathon. Meestal bestaat het parcours uit rondes van maximaal 10 kilometer, die je vier tot zes keer aflegt. Zo ontdekte ik dat je op deze manier veel marathons kunt lopen. In 2012 liep ik 75 marathons in één jaar. Daar begon het eigenlijk allemaal.”
“Mijn doel was overigens nooit om 1.000 marathons of meer te lopen. Mijn eerste doel was lid worden van Club 100, een lijst voor mensen die 100 marathons hebben voltooid. Daarna ontdekte ik al snel dat er ook een Club 300 bestaat: een wereldranglijst van lopers die minstens 300 marathons hebben gelopen. Die lijst inspireerde me enorm. Ik zei tegen mezelf: ‘Daar wil ik ooit tussen staan.’ Dat werd mijn grote doel.”
De voorbije 5 jaar liep je telkens minstens 100 marathons per jaar. Hoe ziet zo’n jaar eruit?
“Als je het hele jaar door 2 of 3 marathons per week loopt, blijft er eigenlijk weinig tijd over om nog extra te trainen. Maar je loopt natuurlijk niet iedere marathon op 100 procent van je kunnen. Soms loop ik gewoon samen met goede vrienden en praten we onderweg heel veel. Dan voelt het meer als een lange duurloop, al blijft het natuurlijk wel een marathon.”
“Er is een groot verschil tussen een marathon waarin ik echt alles geef en eentje waarin ik rustiger loop. Na een snelle marathon heb ik veel meer tijd nodig om volledig te herstellen. Daardoor moet ik tegenwoordig soms wat gas terugnemen, meer dan 5 of 10 jaar geleden. Maar ik ben nog steeds gezond, voel me fit en ik loop nog altijd graag. Dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste.”
”Lopen geeft me vrijheid. Het geeft me energie. Het klinkt misschien vreemd, maar ik hou gewoon ontzettend hard van lopen."
Je loopt altijd buiten, ongeacht het weer. Nooit op een loopband?
“Nee, ik heb geen loopband. Bij wielrennen heb je een wedstrijdseizoen en een rustperiode. Lopen kent voor mij geen seizoen. Ik loop het hele jaar door, in alle weersomstandigheden. Natuurlijk geef ik de voorkeur aan zonnig en warm weer. Maar als je meer dan 100 marathons per jaar wilt lopen, zul je ook moeten trainen in regen, wind en kou. Af en toe loop ik weleens op een loopband, maar nooit langer dan 10 kilometer. Daarna ga ik liever weer naar buiten.”
Wat gebeurt er met je tijdens die 42,195 kilometer?
“Dat hangt volledig af van mijn stemming. Loop ik alleen of samen met vrienden? Tijdens zo’n lange afstand gaan er veel gedachten en emoties door je heen. Toch ben ik tijdens het lopen vooral met het lopen zelf bezig. Ik denk eigenlijk niet zo veel aan andere dingen. Soms luister ik naar muziek, waardoor ik onbewust wat harder ga lopen. En als ik met vrienden loop, praten we werkelijk over alles. Na 4 tot 4u30 samen lopen, leer je elkaar ontzettend goed kennen. Ik heb dankzij het lopen veel nieuwe vrienden gemaakt, juist omdat je samen zo’n bijzondere ervaring deelt.”
“Maar ik ben niet zo iemand die altijd vrolijk een marathon loopt. Vaak is het gewoon zwaar. Het duurt lang. En als je 4 uur lang door de regen hebt gelopen, kom je niet bepaald stralend over de finish. Toch ben ik achteraf altijd trots, omdat ik de finish heb gehaald. En dát is voor mij het belangrijkste. Soms is het zwaar. En dat is helemaal prima.”
Je liep zowel grote stadsmarathons met 25.000 deelnemers als kleine lokale evenementen met 3 vrienden. Is dat anders?
“De afstand blijft hetzelfde: 42,195 kilometer. Bij grote stadsmarathons raak ik soms een beetje overweldigd. Te veel mensen. Te veel lawaai. Aan de andere kant is het geweldig om nieuwe steden te ontdekken. Maar ik geniet er net zo goed van als we met 3 of 4 vrienden samen lopen. Denemarken is een klein land en het is altijd een belangrijk doel van mij geweest om mijn hele land te leren kennen. Dankzij al die marathons heb ik vrijwel heel Denemarken al lopend ontdekt.”
De teller staat momenteel op 912 marathons onder de vier uur. Je doel is 1.000 marathon binnen die tijd te lopen. Waarom juist dat aantal?
“Wat mij motiveert, zijn de doelen die ik mezelf stel. Ik wil graag 1000 marathons onder de 4 uur lopen. Dat doel heb ik niet voor iemand anders bedacht. Alleen voor Ulrik. Dat is wat mij iedere keer weer motiveert om door te zetten. 1000 marathons onder de 4 uur is een mijlpaal die ik kan delen met mijn kleinzoon, mijn vrouw en mijn familie. Dat betekent echt iets voor me. Ik word ouder en ik weet dat mijn herstel langer duurt dan 10 jaar geleden. Maar ik ben niet geblesseerd. Ik voel me sterk. Ik ben optimistisch. Ik weet dat slaap en goede voeding belangrijk zijn. En ik ben nog steeds in uitstekende conditie. Hopelijk lukt het me binnen één of twee jaar.”
Je hebt een heel specifieke droom over hoe dat moment eruitziet.
“De dag waarop ik mijn 1500ste marathon loop, zou ik graag laten samenvallen met de dag waarop ik mijn 1000ste marathon onder de 4 uur voltooi. Dat is mijn droom. Misschien loopt het anders. Maar hopelijk lukt het.”
”Lopen kent voor mij geen seizoen. Ik loop het hele jaar door, in alle weers-omstandigheden. Achteraf ben ik altijd trots dat ik de finish gehaald heb. Soms is het zwaar, maar dat is helemaal prima."
Je loopt altijd buiten, ongeacht het weer. Nooit op een loopband?
“Nee, ik heb geen loopband. Bij wielrennen heb je een wedstrijdseizoen en een rustperiode. Lopen kent voor mij geen seizoen. Ik loop het hele jaar door, in alle weersomstandigheden. Natuurlijk geef ik de voorkeur aan zonnig en warm weer. Maar als je meer dan 100 marathons per jaar wilt lopen, zul je ook moeten trainen in regen, wind en kou. Af en toe loop ik weleens op een loopband, maar nooit langer dan 10 kilometer. Daarna ga ik liever weer naar buiten.”
Wat gebeurt er met je tijdens die 42,195 kilometer?
“Dat hangt volledig af van mijn stemming. Loop ik alleen of samen met vrienden? Tijdens zo’n lange afstand gaan er veel gedachten en emoties door je heen. Toch ben ik tijdens het lopen vooral met het lopen zelf bezig. Ik denk eigenlijk niet zo veel aan andere dingen. Soms luister ik naar muziek, waardoor ik onbewust wat harder ga lopen. En als ik met vrienden loop, praten we werkelijk over alles. Na 4 tot 4u30 samen lopen, leer je elkaar ontzettend goed kennen. Ik heb dankzij het lopen veel nieuwe vrienden gemaakt, juist omdat je samen zo’n bijzondere ervaring deelt.”
“Maar ik ben niet zo iemand die altijd vrolijk een marathon loopt. Vaak is het gewoon zwaar. Het duurt lang. En als je 4 uur lang door de regen hebt gelopen, kom je niet bepaald stralend over de finish. Toch ben ik achteraf altijd trots, omdat ik de finish heb gehaald. En dát is voor mij het belangrijkste. Soms is het zwaar. En dat is helemaal prima.”
Je staat op de 20e plaats van de Club 300 World Ranking en bent de jongste loper in de top 20. Wat betekent dat voor je?
“Eigenlijk delen we die plek met z’n tweeën. We hebben allebei hetzelfde aantal marathons gelopen, dus officieel staan we samen op plaats 19 en 20. Maar ik ben wel de jongste op de lijst. De mensen boven mij zijn ouder. Sommigen zijn gestopt met lopen. En helaas zijn sommigen inmiddels overleden. Dat motiveert mij extra om ooit de top 10 te bereiken. Daar zou ik enorm trots op zijn. En ook om de hoogst geklasseerde Deen op die lijst te worden.”
Wat ervaar je tijdens die 42,195 kilometer?
“Vooral heel veel plezier. Omdat we meestal buiten lopen, zie je voortdurend nieuwe plekken. Voor mij is dat belangrijk. Ik woon in een klein land en heb altijd de wens gehad om heel Denemarken te ontdekken. Dat doe ik het liefst op mijn loopschoenen. Het geeft me vrijheid. En het geeft me energie. Misschien klinkt dat een beetje vreemd, maar eigenlijk houd ik gewoon ontzettend van lopen.”
Na zoveel marathons weet je waarschijnlijk binnen één kilometer of een schoen goed zit. Hoe voelt de MOVV Nostara?
“Ik heb in de loop der jaren op heel veel verschillende schoenen gelopen. Bij de MOVV Nostara merk je dat elk detail een duidelijke functie heeft. De schoenen voelen natuurlijk aan en geven precies voldoende ondersteuning zonder dat ze je bewegingsvrijheid beperken. Dat is een moeilijke balans om goed te krijgen. Ze helpen me efficiënter te bewegen én gezond te blijven. En na zoveel gelopen kilometers is dat precies waar ik het meeste waarde aan hecht.”
Stel dat lopen morgen ophoudt. Wie is Ulrik dan?
“Ik ben geen fijne versie van mezelf als ik niet kan lopen. Ik heb die uitlaatklep nodig. Lopen is belangrijk voor me. Ik hoop dat ik nooit gedwongen moet stoppen, omdat mijn lichaam ‘stop’ zegt. Ik hoop dat ík zelf ooit kan zeggen: ‘Nu hoef ik niet meer te lopen.’ … Maar dan wel pas over heel veel jaren.
Was het allemaal de moeite waard?
Voor de volle 100%. Marathons lopen geeft ontzettend veel kwaliteit aan mijn leven. Het is belangrijk voor mij, zowel als mens als voor Ulrik. En uiteindelijk moet iedereen in het leven iets vinden waar hij of zij goed in is. Ik zeg niet dat ik een geweldige loper ben … Maar ik ben wel een degelijke loper.
Ulrik Pihl geeft les in lopen en skiën op een efterskole in Aarhus, een Deense kostschool voor jongeren die liever buiten actief zijn dan de hele dag in een klaslokaal zitten. Hij heeft 3 honden, kijkt graag naar oude Deense films en bezit geen loopband.
Foto’s: Lars Schneider / MOVV
Loopschoenenmerk MOVV is op zoek naar bijzondere loopverhalen. Wil jij jouw loopverhaal delen? Laat het ons weten! Wij leggen jouw verhaal graag vast op camera én je ontvangt van MOVV een paar loopschoenen om jouw loopavonturen mee te ondersteunen.

